het onderzoek

In de loop der tijd heeft de Groep Academici veel materiaal verzameld betreffende de positie van de academici op de arbeidsmarkt. Dit materiaal bestaat uit statistieken, krantebrichten, verslagen van beleidsorganen, rapporten etc. Enkele leden van de groep zijn met een onderzoek hierover begonnen.

De belangrijkste oorzaken van de werkloosheid (cq. werken op een veel lager niveau) blijken te zijn:
1 - het bereikbaar maken van "studeren aan een universiteit" Was het voorheen alleen weggelegd voor de "welgestelden", het motto van de jaren '60 was "Iedereen moet kunnen studeren". Hierdoor zijn natuurlijk veel meer mensen gaan studeren. Dus er kwamen meer afgestudeerden op de arbeidsmarkt.
2 - de vraag niet afstemmen op het aanbod Nadat deze golf afgestudeerden op zoek ging naar werk, werd er juist bezuinigd op die gebieden, waar deze mensen zouden kunnen werken. We zien dan ook een explosieve groei van het het aantal werkzoekende afgestudeerden in de jaren '70 en later. Er is dus een overschot aan academici op de arbeidsmarkt ontstaan. Het heeft er alle schijn van dat dit voornamelijk bestaat uit academici uit de "gewone" gezinnen. Dus juist die mensen, waarvan de politiek vond dat zij moesten kunnen studeren.
3 - geen adequaat beleid Academici zijn niet welkom bij het middenkader (het woord verdringing wordt zelfs gebruikt), Ook zijn ze niet welkom bij "iets lagere banen bij het bedrijfsleven" (zie vooroordelen). Doordat zij niet in een speciale categorie zijn ingedeeld , zijn ze in hetzelfde bestand terecht gekomen als ongeschoolden, randfiguren etc. Ze hebben het stempel "onbemiddelbaar" gekregen. Ook het beleid voor ongeschoolden is voor hen bedoeld.

Opmerkelijk is dat de belangstelling naar werkloosheid etc onder hoger opgeleiden langzamerhand op de achtergrond geschoven is. Stonden er bijvoorbeeld in het Statistisch jaarboek uit de jaren '70 en '80 uitgebreide tabellen (zelfs gesplitst op studierichtingen), tegenwoordig zijn de tabellen helemaal verdwenen.