het verleden
Het verleden in één oogopslag - zie hiervoor
ook
TABEL 1975 - 2008
In de jaren
zestig werden aan het verkrijgen van studiefinanciering lagere
eisen gesteld, zodat iedereen die er geschikt voor was, kon
studeren. Hierdoor kwam er in de jaren 70 al een overvloed aan
academici op de arbeidsmarkt. Bij de toenmalige bezuinigingen
werden vacaturestops ingesteld o.a. bij universiteiten. Veel
academici konden geen baan krijgen en waren veroordeeld tot
levenslange werkloosheid.
Bij de overheid was werken op lager
niveau taboe (verdringing op de arbeidsmarkt). Voor het
bedrijfsleven waren de vele academici te duur en te lastig. In
de jaren 80 werden werkloze academici als onbemiddelbaar
beschouwd. Zij werden administratief op één hoop
gegooid met de laagste klasse op de arbeidsmarkt. Het
aantal nam steeds maar toe en in 1992 telde men maar liefst
20.000 werkloze academici. En nu (2008) spreekt men van
45000.
De overheid heeft zich nooit om werkloze academici bekommerd.
De Algemene Rekenkamer en het Centraal Plan Bureau hebben in de
jaren '80 al gewaarschuwd voor een teveel aan academici.
Incidenteel zijn er berichten over dit onderwerp in de pers
verschenen.
Vanaf 1992 moest een academicus ook met lager ingeschaalde
banen genoegen nemen Als hij daar inderdaad op solliciteerde,
dan werd hij vrijwel altijd afgewezen vanwege een te hoge opleiding. In de praktijk betekende dit, voor een academicus,
die toch al gedemotiveerd was vanwege het ontbreken van banen
op niveau, een extra tegenvaller.
Voor omscholingscursussen kwamen academici niet in aanmerking
vanwege hun te hoge opleiding. Arbeidsbureaus deden en doen
geen moeite voor deze categorie. Bij de gesubsidieerde
arbeidsinstellingen zoals NV Werk en Maatwerk keek men helemaal
niet meer naar de opleiding. Men wist dus niet hoeveel hoger
opgeleiden of academici in het gesubsidieerde circuit werken.
Wij zijn erachter gekomen dat meer dan 10% academicus was. De
zogenaamde uitstroombanen (zo heet een gewone baan) zijn van
een dermate laag niveau, dat een korte cursus meestal voldoende
is voor een laaggeschoold persoon. De academicus voldoet dan
weer niet aan het profiel of er wordt wel een andere smoes bedacht. Het resultaat blijft hetzelfde. Geen baan.